menu

Nieuws

Interview Ten Rouwelaar: Keepen, coachen en de waarheid zeggen (of juist zijn mond houden)

foto
Peter Visser
Thijs Kroezen

BREDA - Jelle ten Rouwelaar nam twee jaar geleden het besluit om te stoppen als keeper. Hij ging direct aan de slag als keeperstrainer bij NAC. ‘De keeper met rooie haren’ over zijn rol als keeperstrainer, de wedstrijd waarin hij afscheid nam als voetballer en Jelle's Army.

- In de laatste weken van april 2016 kwam je moeder te overlijden, besloot je te stoppen met voetballen en liep je promotie mis. Was die periode de meest hectische uit je loopbaan?
“Ik ben niet iemand die snel zegt dat het hectisch is. Ik ben tien dagen op rij eerst in de ochtend gaan trainen en vervolgens naar Groningen gereden. Als het bezoekuur dan voorbij was om 20.00 uur reed ik weer drie uur terug. Natuurlijk kan je zeggen dat dat hectisch is, want je wilt je ook zo goed mogelijk voorbereiden met je club. Die verantwoordelijkheid heb ik altijd gevoeld. Maar het was ook heel mooi dat ik zo afscheid heb kunnen nemen van haar. Het eerbetoon bij Go Ahead Eagles was prachtig. In dat opzicht was het wel een korte periode met ontzettend veel emotie.”

“Voor mezelf had ik al aan het begin van het seizoen besloten dat ik nog één keer gas wilde geven na een dramatisch seizoen waarin ik zelf slecht speelde. Dat was het eerste moment dat ik dacht: ik moet maar eens nadenken wat ik wil als dit niet lukt. We speelden dat jaar in de Jupiler League en dat kostte meer energie dan normaal. Je wilt heel graag promoveren, maar het ging gewoon heel moeizaam."

"Daarnaast voelde ik een bepaalde verantwoordelijkheid naar andere mensen toe. Je weet dat je een duur contract hebt en dat voelt niet goed. Dan komt er de eerste keer dat je er met je vrouw thuis over praat en je je zaakwaarnemer belt om te zeggen dat je nadenkt om te gaan stoppen. Toen wist ik wel dat het moment daar was. Ik wilde het niet laten afhangen van promotie.”

- Het lukt niet om te promoveren en dan sta je daar in de catacombe van Willem II. En dan?

“Het besef kwam voor mij vooral bij de laatste thuiswedstrijd. Dan weet je: ik heb hier bijna tien jaar gespeeld. Tien jaar lang hebben mensen voor je geklapt en waren ze soms teleurgesteld in je. Ik ben toen nog een rondje gaan lopen en dat was voor mij het moment: ‘Jeetje, ik heb hier toch wel heel lang gespeeld.’ Dat hele samenspel met het publiek. Ik krijg nog steeds kippenvel als ik eraan denk. Ik heb tijdens die thuiswedstrijd afscheid genomen van NAC. Daarna met de volle focus voorbereid op de uitwedstrijd. Dan red je het niet en denk je: klote dat het niet is gelukt. Toen was ik leeg en wist ik dat het erop zat.”

- Het jaar na de mislukte poging te promoveren word je keeperstrainer bij NAC en kom je ineens niet meer als speler op de club. Hoe was die omschakeling?
“Wat ik het moeilijkste vond, was het feit dat je ineens je mond moet houden in de kleedkamer. Ik was niet meer de speler die zijn mond open kon trekken om iemand op zijn plek te wijzen of iets positiefs te zeggen. Je komt na een wedstrijd in de kleedkamer en daar is de trainer verantwoordelijk voor wat er gebeurt. Marinus Dijkhuizen was heel rustig en ik had wel eens zoiets van: er moet wat meer gebeuren dan alleen maar zachte woorden.”

“Daarnaast miste ik de klik met het publiek. Ineens ging het om die andere jongens. En terecht, maar het was wennen. Verder ben ik er vrij makkelijk ingerold. Het voelde ook wel natuurlijk.”

- Uiteindelijk haal je de play-offs vorig jaar. Had je er vertrouwen in?

“Toen wel ja. Alles paste gewoon top in elkaar. De jongens voelden elkaar goed aan en de visie van de trainer kwam er goed uit die wedstrijden. Dan was er ook nog die thuiswedstrijd tegen NEC. Ik zei het laatst nog tegen Nigel: dat zijn de wedstrijden dat het publiek er staat. Dat was magisch, zoals ik dat vaker mee heb mogen maken bij NAC. Dan trekt het publiek de ploeg er echt doorheen. We hadden de steun nodig en het publiek gaf ons dat.”

- De ontlading was immens. Hoe heb jij dat beleefd?
“Ja, die ontlading was immens daar op P5. Ik heb dat wel heel erg intens ervaren. Er viel ook een last van me af, een stukje schuldgevoel. Gelukkig zijn we weer terug, dacht ik.”

- Dan begint voorbereiding op de Eredivisie. Jij maakt samen met de staf de keuze voor Noppert. Dat pakte niet lekker uit. Voelde jij je daar verantwoordelijk voor?
“Uiteindelijk maak je gezamenlijk die keuzes als club. We hadden Bertrams al binnen voordat we wisten waar we gingen spelen. Die stond al vast. Uiteindelijk hebben we besloten het geld dat we hadden te investeren in de ploeg en niet in een keeper. We moeten nog steeds elk dubbeltje omdraaien.”

Jelle ten Rouwelaar door de jaren heen. foto's Peter Visser

“Daarnaast hadden met Nigel en Andries twee talentvolle jongens. Ze hadden nog geen ervaring in de Eredivisie, maar het zijn wel jongens met de potentie om door te groeien naar een stabiele Eredivisiekeeper. We wisten van Andries dat hij een goede klik had met het publiek, hij had het prima gedaan in de oefenwedstrijden en ook in de wedstrijden in de Jupiler League. Als het dan niet lukt, vind ik ook dat dat mijn pakkie-an is.”

“Het plan was om de jongens vertrouwen te geven. Intern zijn er pittige discussies gevoerd over wie wel en wie niet moest keepen. Het schema was ook niet makkelijk. Vitesse uit, PSV thuis en Sparta thuis. We wilden drie punten, maar hadden er één. Die sneeuwbal werd toen te groot rondom Andries. We hebben toen heel snel moeten handelen om Birighitti te halen en daar waren natuurlijk, zoals altijd, ook discussies over. Uiteindelijk hebben we die beslissing met elkaar gemaakt.”

“Over alles valt wel iets te zeggen, maar we zullen nooit weten hoe Andries het had gedaan na een blokje van zes, zeven wedstrijden. Misschien kwam alles iets te snel voor hem. Ik denk wel dat als de wedstrijd tegen Sparta (2-2, TK) anders was gelopen, het misschien wel goed was gegaan.”

“Als we daarna direct voor Bertrams hadden kunnen kiezen, was hij misschien wel direct eerste doelman geworden, maar hij was op dat moment geblesseerd. Daardoor kwam Birighitti direct in het veld. Nu vind ik dat Nigel de wedstrijden die hij heeft gespeeld, los van Twente en Willem II, een prima en vooral stabiele indruk maakte. Een prima keeper voor NAC op dit moment.”

- NAC staat boven de degradatie- en nacompetitiestreep, maar erg makkelijk ging het allemaal niet, vooral niet tegen directe concurrenten?
“Dat wij niet kunnen winnen van Roda JC en Willem II is erg zat. Dat weten wij zelf ook. Dat is geen toeval: dat is de manier waarop wij spelen. Onze kernkwaliteit is voetballen. Mensen roepen dan vaak om NOAD, maar dat laat je tegen Feyenoord en Vitesse (beide winst,TK) wel zien. Ik geloof er echt niet in dat die jongens in de kleedkamer zitten en zeggen: ‘vandaag even een schepje meer of minder NOAD.’ Zoiets ontstaat gewoon. Als je aan het eind van het seizoen boven de streep staat, maakt het dan uit van wie je wint en verliest? Dat maakt maar in één geval uit en dat is tegen Willem II.”

- Je werd begin dit seizoen verrast met een eigen stichting: Jelle’s Army. Was je verbaasd?
“Mensen van NAC hadden al vaker gevraagd: ‘Wat zou je nou willen voor je afscheid?’ Ik had geen idee. Ik wilde niet dat het om mij zou draaien, dus dan iets waar anderen ook iets aan hebben. Het leukste zou iets zijn met kinderen en sport. Daar hebben ze gelukkig voor gekozen.”

- Wat wil je bereiken met Jelle’s Army?
“Ik vind het belangrijk dat we kinderen in onze omgeving kunnen laten sporten. Iedereen gaat er maar vanuit dat iedereen naar een sportclub kan, maar sommige ouders hebben daar het geld simpelweg niet voor. Als ik hoor dat er kinderen, die dat normaal niet kunnen, nu in het stadion zitten en gewoon kunnen sporten bij een club, haal ik daar voldoening uit. Het gaat er om dat we kinderen bij elkaar brengen door middel van sport. Ze leren met elkaar omgaan, maar ook met vreugde en verdriet. Daar draait het toch om in de maatschappij?”