menu

Nieuws

Burgemeester: ‘Zorgen over criminaliteit’

foto
Wijnand Nijs
Wijnand Nijs

BREDA - Burgemeester Paul Depla van Breda maakt zich zorgen om de criminaliteit in de stad en de regio. “Die zorgen heb ik, en heb ik ook al vaker geuit”, zegt hij naar aanleiding van de gebeurtenissen in januari.

Depla ziet erkenning bij de lokale en landelijke politiek. “Maar het gaat nu om daden.” Eerder dit jaar pleitte hij al voor 250 extra rechercheurs voor de regio. Die zijn er niet meteen. “Maar er is 263 miljoen extra opgenomen voor de politie in het regeerakkoord. het moet duidelijk zijn dat we hier behoefte hebben aan een impuls.”

De Bredase burgemeester trok al eerder de vergelijking met Amsterdam. “Als je ziet dat er in de regio een vergelijkbaar aantal incidenten plaatsvindt als in Amsterdam, terwijl wij maar de helft van de capaciteit hebben. Amsterdam krijgt een toeslag, dat rechtvaardigt om Brabant-toeslag voor extra capaciteit.”

Het is niet dat er niks gebeurt. “Er is aandacht voor de problematiek met ondermijningswet en een ondermijningsfonds, we zijn ook druk bezig met taskforce en met de aanpak van ondermijning.”

De schietpartijen en de daaraan verbonden arrestaties maken voor Depla een ding duidelijk: “Dat georganiseerde criminaliteit niet alleen achter de schermen plaatsvindt, maar ook zichtbaar is op plaatsen waar jan alleman aanwezig is. Want je zult maar naast zo’n woning wonen, waar zo’n automatisch geweer op leeg geschoten wordt.”

De uitingen van criminaliteit moeten voor de Bredanaar ook reden zijn zelf op te treden, vindt Depla. “Mensen hebben te lang gedacht van als ik me er niet mee bemoei, dan heb ik er geen last van. Terwijl het echt het fundament van de samenleving aantast. Als je naast een brandende hennepplantage woont, denk je toch, had ik het maar gemeld.” Dat is niet een kwestie van je buurman verraden, stelt de burgemeester: “Als je meldt, ben je een held. Dan kom je op voor je eigen veiligheid.”

De aanpak van georganiseerde criminaliteit vraagt blijvende aandacht van alle betrokken maatschappelijke instanties, stelt Depla. Ook al omdat de aanpak veel vraagt van de politie. “Dat leidt tot keuzes maken in recherchewerk, met als gevolg dat op sommige plekken zaken op de plank blijven liggen. Die keuzes worden steeds duidelijker.”