menu

Nieuws

Veel vragen raad over verkoop NAC-stadion en extra winkelmeters

foto
Wijnand Nijs
Het braakliggende stuk terrein waar eventuele kopers van het NAC-stadion retail zouden willen ontwikkelen.
Wijnand Nijs

BREDA - De eerste beraadslagingen over de mogelijke verkoop van het NAC-stadion hebben duidelijk gemaakt dat de raad nog veel vragen heeft. Ook maakte wethouder Alfred Arbouw duidelijk dat verkoop zonder de mogelijkheid om extra winkels te realiseren rond het stadion niet voor de hand liggend is,

Arbouw benadrukte het belang van de rust waarin de discussie kan plaatsvinden. “Zonder dat er een groot knelpunt opgelost hoeft te worden. Dat ziet u aan de publieke tribune, dat was anders geweest als we met mes op de keel een beslissing hadden moeten nemen.”

Het college legde de commissie drie scenario’s voor: het stadion verpachten aan een exploitant (niet zijnde NAC), het stadion verkopen of de huidige situatie optimaliseren. Dat laatste voldoet volgens de bestuurders niet aan de wens van de raad om de band tussen NAC en de gemeente te verbreken.  

Cruciaal voor veel partijen was de vraag welk prijskaartje komt te hangen aan het verbreken van de band tussen NAC en de gemeente. Peter Elbertse (fractie Elbertse/Groeneveld) wilde bijvoorbeeld weten of het nu laten taxeren voor verkoop ook meteen betekent dat er afgeboekt moet worden en wat voor gevolgen dat heeft.

Henk van der Velde (PvdA) gaf aan dat het beste scenario verkoop is tegen de boekwaarde. “Maar dat is niet realistisch. Dus zijn er altijd dilemma’s.”

Zoals de wens van de combinatie Hinke Fongers, NHG en Westpoort om bij koop van het stadion detailhandel te mogen ontwikkelen op de toendra tegenover Stada en langs het spoor. “Wij zijn sceptisch over de plannen voor detailhandel en welk effect dat dit heeft op processen in de stad. Maak inzichtelijk wat voor effecten dat heeft voor de binnenstad, Breepark en de regio”, adviseerde hij het college.

Van der Velde zou ook graag zien dat in de scenario’s wordt gekeken hoe voorkomen kan worden dat de situatie van 2003 voorkomen wordt. Toen kocht de gemeente het stadion van een noodlijdend NAC.  

Een kale verkoop, zonder extra mogelijkheden voor de koper, acht Arbouw weinig kansrijk, antwoordde hij op vragen van de SP: “Want er zijn geen partijen die daartoe bereid zijn.” Of andersom, zoals Arbouw het verwoordde: “Als je meer toestaat, ontstaat er meer waarde. Het bestemmingsgebruik bepaalt de waarde.”

Een andere vraag. Verkoopt Breda alleen het stadion als het zover komt, of ook de grond eronder, vroeg Cees van der Horst (BOB). “Het is een keus om grond in eigen bezit te houden of mee te verkopen”, antwoordde Arbouw. “De grond in eigen bezit houden, geeft de gemeente voet aan de grond bij toekomstige ontwikkelingen.”

Arbouw concludeerde dat een overgrote meerderheid van de commissie voor verkoop van het stadion is, maar realiseerde zich ook dat er veel vragen zijn. “Dat vraagt om verdere uitwerking en detaillering om een keuze te kunnen maken.”