menu

Nieuws

Analyse: Meerderheid van 1 zetel blijvend probleem college

foto
Peter Visser
Het college bij installatie.
Freek de Swart

ANALYSE - Het College van B&W in Breda zal halsreikend uitkijken naar het zomerreces. De minimale meerderheid van 19-20 heeft nimmer zo onder druk gestaan als de laatste maand. De grootste kritiek van de oppositie op het college gaat ondertussen allang niet meer over de inhoud, maar alles eromheen. Voorlopig houdt de coalitie de rangen keurig gesloten, maar is dit vol te houden?

Maandag werd de raadsvergadering uitgesteld. Volgens burgemeester Paul Depla het gevolg van een misverstand. De nieuwe burgervader zou zich hebben laten leiden door een oud reglement van de gemeenteraad en zo een verkeerde datum hebben geprikt. Vroeger werden voortgezette vergaderingen gehouden op dinsdag, tegenwoordig  een dag eerder.  

De oppositie twijfelde in sommige gevallen openlijk aan deze uitleg. Raadslid Jeroen Bruijns van coalitiepartij CDA is momenteel namelijk in Schotland voor een studiereis. Een vergadering zonder hem had de oppositie op evenveel zetels gebracht als de coalitie bij een stemming.

De coalitie van CDA, PvdA, GroenLinks, SP en Breda ‘97 is vanaf het begin voornamelijk een constructie geweest tegen de arrogantie van de grootste twee partijen van Breda. Dat het stadsbestuur van maar liefst vijf partijen hierdoor aan de slag moest met slechts een meerderheid van twee zetels werd voor lief genomen.

Deze minimale meerderheid kwam in juli verder onder druk door het vertrek van Jamal Nouhi bij de PvdA. Het raadslid werd uit de fractie gezet en ging eerst zelfstandig en later onder de vleugels van BOB verder in de oppositie. De meerderheid slonk daarmee naar nog maar één zetel.

De minimale meerderheid wankelt zodra andersdenkenden zich dreigen te onttrekken aan de fractiediscipline. Zo is daar raadslid Basile Lemaire van het CDA. Dit nieuwe raadslid werd binnengehaald vanwege zijn bestuurlijke kennis, maar ontpopte zich al snel als een vrijdenker.

Onder het mom ‘loyaliteit staat niet gelijk aan conformisme’ bracht hij zelfstandig zijn visie naar buiten op de gekozen burgemeester en de manier waarop de burgerbegroting wordt ingevoerd. Daarvoor kreeg hij in eigen kringen niet altijd de handen op elkaar. Binnen het CDA-bestuur zijn sommigen hem dan ook liever kwijt dan rijk. Hierbij zou er al gepeild zijn of BOB de coalitie wil steunen mocht Lemaire wegvallen.

De oppositie reageert ondertussen feller en feller op de manier van regeren door het college. Niet het beleid, maar zaken als informatievoorziening en gesteggel over procedures voeren hierbij de boventoon. Maandag leken VVD, D66 en BOB haast een gezamenlijk protestactie te zijn begonnen. Maar liefst drie verschillende artikel 41 vragen - waarmee het college over een onderwerp formeel bevraagd kan worden - werden er gesteld. Ook hierin veel kritiek over wethouders die weigeren vragen te beantwoorden tijdens de raadsvergaderingen en het achterwege blijven van informatie.

Voorlopig ziet het erna uit dat het college stoïcijns zal blijven doorgaan op de manier zoals ze nu doet. Onderling is er veel kritiek, maar de coalitiediscipline werkt vooralsnog boven verwachting goed. De vraag is alleen, voor hoe lang nog? Kan een college functioneren wanneer elk griepje of studiereis moet worden gerepareerd met kunst- en vliegwerk? En wat zijn de alternatieven?

De SP en Breda ‘97 verdedigen momenteel het college het felst. Nieuwe coalitieonderhandelingen - noodzakelijk als de coalitie zou klappen - zijn voor deze twee partijen op geen enkele manier aanvaardbaar. Dick Vuijk van Breda ‘97 leek het afgelopen jaar zelfs meer op een reputatiemanager van het college dan een fractievoorzitter in de raad. Voor het CDA en in mindere mate GroenLinks en PvdA ligt dat anders. Deze partijen maken meer kans om deel uit te maken van een alternatieve coalitie.

Tot die tijd vergroot het college zijn overlevingskansen door te zoeken naar draagvlak. Want een college dat een getergde oppositie voor zich heeft en slechts een meerderheidszetel achter zich zal altijd bezig zijn met overleven. De vraag is of de stad én de Bredanaar daarbij gebaat zijn.