menu

Nieuws

Lijsttrekker Stubenitsky: 'Via brief aan Parel politiek in'

John Stubenitsky. foto Marique de Bree
Pepijn Nagtzaam

BREDA - In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen interviewt BredaVandaag.nl de lijsttrekkers. Wie zijn ze, waar komen ze vandaag en wat drijft ze. Deze keer: John Stubenitsky (GemeenteBelangen Breda).

“Op 19 september 1947 ben ik geboren in Nieuw-Helvoet. Dat kent niemand, da’s een klein dorpje bij Hellevoetsluit. Mijn vader en moeder zijn gescheiden toen ik jong was, daarna zijn mijn broer en ik door mijn moeder opgevoed. Ik begon aan de pedagogische academie (nu de pabo, red), maar daar ben ik gestopt. Het was een rotzooi in dat onderwijs. Ik liep stage op een kelnersschool toen studenten toetsen mochten maken met het boek open ernaast. Dat vond ik onzinnig. Voor de klas ging het prima, maar op een aantal vakken haalde ik onvoldoendes. Dat was voor mij reden om te stoppen."

Na veel baantjes verzeild in Breda
"Toen heb ik gewerkt in een jeugdsocieteit, onder andere als DJ. Later ben ik een snackbar begonnen, heb ik in Blijdorp als dierenverzorger gewerkt en ben ik encyclopedieën gaan verkopen aan de deuren. Op enig moment volgde ik een stage voor boekhandelfiliaalhouder in Den Haag, en daarna ben ik in Breda filiaalhouder geworden van de Standaardboekhandel in de Ridderstraat. Ik woonde boven de winkel, naast het Prinsencafé. En toen begon het gedonder; ik had me voorgenomen om géén carnaval te gaan vieren, want dat was niet ‘mijn feest’. Ik ben overgehaald, vond het geweldig en ben sindsdien verstokt carnavalsvierder."

"Na die boekhandel begon ik met mijn vrouw een pennenspeciaalzaak in de Lange Brugstraat. Op een gegeven moment mochten de ondernemers daar geen borden en dergelijke meer op straat zetten. Een brief naar alle politieke partijen gaf weinig respons, behalve van de Parel van het Zuiden. Zo ben ik de politiek in gerold, om daar iets aan te doen. In 1997 zat ik in het bestuur, in 1999 deed ik mee aan de verkiezingen en werd ik commissielid. De Parel ging in 1999 verder als Leefbaar, en haalde in 2002 door Fortuyn vier zetels. Zo werd ik raadslid."

'Zal ik kappen?'
"In 2005 lukte het me toen om de buitenruimteverordening te regelen, de winkeliers mochten weer borden buiten zetten. Ik had dát bereikt waarvoor ik de politiek in was gegaan. Ik heb toen gedacht: ‘zal ik kappen?’, maar was erachter gekomen dat het verrekte interessant werk was en dat je iets kan bereiken voor de mensen. Dat was voor mij reden genoeg om door te gaan."

"Vanaf 2010 ging ik alleen door, omdat ik een andere, lokale koers wilde voeren. Dat kon niet binnen de Parel. Ik wilde niet meer schelden en nee zeggen, maar samenwerken met anderen. Er zit een gedrevenheid achter. Het is hard werken, ik ben iedere week veertig uur bezig. Gelukkig ben ik gepensioneerd, want met een baan ernaast lijkt het mij ondoenlijk om genoeg tijd eraan te besteden. Die baan, die staat sommige raadsleden volgens mij wel in de weg."

"Landelijke ambities heb ik niet, en nooit gehad. Ik heb te maken met de problemen en de mensen in Breda. Je moet ook echt van de stad en de mensen houden om dit werk leuk te vinden. Ik ben wel eens gevraagd voor de Provinciale Staten, maar dat trekt me helemaal niet. Het fijne van een lokale partij is ook dat je niet te maken hebt met landelijke principes, maar je eigen, lokale koers kunt bepalen. Dat lijkt me voor anderen vrij lastig."

Dorpse stad
"Het mooie in Breda is het dorpse dat dat stad heeft, dat moet absoluut blijven. Dat grootstedelijke, daar is Breda de stad niet naar. Het moet kleinschalig blijven, iedereen moet aanspreekbaar zijn. Dat de burgemeester gewoon door de stad loopt, dat hij benaderbaar is, dat is volgens mij hoe het hoort."

"De grote uitdaging is het overleven van de decentralisaties die op ons af komen, dat wordt een pittige kluif. Ik sta er van te kijken hoe de betrokken ambtenaren daar mee om gaan. Ik ben een paar keer bij hun sessies geweest, en ben verbaasd hoe positief en gemotiveerd ze zijn. Ze zijn daar hard mee aan het werk. Ik heb ook wel het gevoel dat het daardoor goed gaat komen met Breda.”