menu

Nieuws

Arbouw: ‘College breekt definitief met verleden’

Wethouder Alfred Arbouw (VVD). foto Erik Eggens
Erik Eggens

BREDA - Inmiddels is het twee jaar geleden dat de gemeenteraadsverkiezingen plaatsvonden. Het stadsbestuur in Breda heeft de eerste helft van de 4-jarige periode erop zitten. In een serie vraaggesprekken met de wethouders en burgemeester blikt BredaVandaag.nl terug en vooruit. Dit keer wethouder Alfred Arbouw.

De breuk met verleden staat voorop bij wethouder en loco- burgemeester Alfred Arbouw (VVD). Van 2002 tot 2006 was hij al wethouder van Breda. Een tijd waarin de gemeente er financieel een stuk beter voor stond.

In hoeverre is deze periode anders dan toen U wethouder was in 2002-2006?

“Totaal onvergelijkbaar. In die periode keken we vooral naar wat we extra konden doen en redeneerden we vanuit méér. Nu zijn we aan het hervormen en bezuinigen. Daar horen soms moeilijke besluiten bij. Financieel, ruimtelijk en feitelijk. Deze bestuursperiode wil ik met dit college écht orde op zaken stellen."

"Dat blijft ook de komende tijd hard nodig. We zullen nog slagvaardiger moeten werken en moeilijke besluiten niet uit de weg gaan. Dit college breekt met de eindeloze overlegcultuur en wil een solide basis leggen voor de generaties die volgen. Dat is lokaal van belang, van nationaal belang én van Europees belang.”

Wat was moeilijk in de beginperiode?

“Toen wij aantraden bleek dat de gemeente er slechter voorstond dan we aanvankelijk dachten. Pijnlijk ingrijpen was noodzakelijk. Zo hebben we de bezuinigingen van € 30 miljoen een jaar vervroegd en € 70 miljoen afgeboekt op het Grondbedrijf. We hebben ons verlies genomen, om erger te voorkomen. Dat is goed. Maar het zijn wel degelijk ingrijpende besluiten.”

“We hadden een opmerkelijke start. We zaten vrijwel direct zonder gemeentesecretaris. De sturing ontbrak op de ambtelijke organisatie. Het maakte dat we als collegeleden nog meer als team optrokken. Iets recenter was er de motie van bezinning. Een krachtsignaal vanuit de gemeenteraad, waaruit sprak ‘let wel op dat de stad van te voren betrokken wordt bij de besluitvorming’. De stad is kritischer geworden, en dat is terecht. Er is mij veel aan gelegen om met dit college de relatie tussen politiek en inwoners van onze stad te verbeteren.”

“Ook werd de zorgelijke situatie van NAC Breda pijnlijk duidelijk. De club die onlosmakelijk met onze stad verbonden is, had grote moeite om het hoofd boven water te houden. Voor fans is dat verschrikkelijk om dat aan te moeten aanzien. De gemeente heeft de afgelopen jaren de club steeds in staat gesteld om op eigen benen te staan. Inmiddels hebben we alle maatregelen genomen die je als gemeente kán nemen, zelfs volgens Europese wetten en regels. Ik ben blij dat Busselaar het afgelopen jaar de organisatie goed heeft opgezet. Ik kan niet in de toekomst kijken, maar het laat onverlet dat ik alle kennis en kunde aandraag die nodig zijn om de club bij te staan.”

Wat gaat er goed deze periode?

“Breda raakt steeds nauwer verweven met Europa, bijvoorbeeld met subsidies en betrekkingen. Het is voor Breda een must om gezamenlijk met de regio op te trekken. De burgemeester zet zich daar vol voor in. Ook met de 5 grote Brabantse steden zijn de betrekkingen goed. Het probleem van de woningbouw pakken we daarin gezamenlijk aan.”

“Ik ben erg blij dat er in de huidige tijd een partij met een reddingsplan komt voor de historische panden aan de Nieuwstraat. De huidige staat van de panden doet pijn in het hart van iedere Bredanaar. En de toekomst van de Heilig Hartkerk houdt de Bredase gemoederen al 30 jaar bezig. Nu is de restauratie gestart en zetten we een volgende stap. Ik ben daar trots op.”

“Verder maakt dit college écht werk van veiligheid en leefbaarheid. Mensen in de wijk willen daadkracht zien. De vijf stadsmariniers zijn nu bijna een jaar aan het werk. Slagvaardig en daadkrachtig pakken ze problemen aan in de wijk. En met een eigen budget kunnen ze snel ingrijpen waar het nodig is. We zijn er nog niet, maar wel op de goede weg.”

Wat zijn moeilijke onderwerpen de komende twee jaar.

“Ik vind het belangrijk dat het Stadionkwartier de komende periode afgemaakt wordt. Een complexe klus, want de ontwikkeling hangt samen met veel andere projecten en partijen. HEJA speelt daarin een rol. En ja, de huidige financiële positie van HEJA baart mij zorgen. HEJA is een belangrijke partner van de gemeente, met veel projecten in de stad. Ik hoop dat Jan Hoppen (directeur van HEJA, EE) de oplossing vindt.”

“Het komend jaar herijken we onze structuurvisie. De huidige visie stamt uit 2007. Die is door de crisis aan herziening toe. In zo’n structuurvisie leg je vast waar we de komende 20 jaar wonen, werken en recreëren. Wat is er voor nodig dat dit in 2030 nog steeds op een goede manier kan? Ik ben benieuwd hoe instellingen, belangenpartijen, organisaties en bewoners denken over hún Breda in 2030. De Structuurvisie lijkt voor sommigen ver van je bed, maar is wel de basis voor veel toekomstige besluiten.

Achter de Lange Stallen is van groot economisch belang voor de stad. Het is een cruciale schakel die de Ginnekenstraat via de Halstraat met de Grote Markt verbindt. Een plek die vraagt om kwaliteit. Ik zou het prachtig vinden als we voor elkaar krijgen om die lege plek goed in te vullen. Daarbij moet het een aanvulling zijn op dat wat de binnenstad te bieden heeft. Welke winkels precies, daar zijn we nog niet uit.”

Tot slot gaat eindelijk het station gebouwd worden. Dat gaan we in Breda zeker merken, maar we doen er alles aan om overlast binnen de perken te houden. Voor reizigers en omwonenden is het belangrijk dat de omgeving van het station goed bereikbaar blijft. Het wordt even doorbijten, maar we krijgen er iets moois voor terug.”