menu

Nieuws

Opinie: Breda moet dromen, durven en doen

foto
Wijnand Nijs
Het CSM-terrein ligt al jaren als een toendra aan de rand van het centrum.
Wijnand Nijs

OPINIE - Dromen moet. Zeker als je als Breda vooruit wil. Waarom? Omdat dromers vooruitgang stimuleren en realiseren. Toch kleurt Breda nog steeds meestal binnen de lijntjes.

Bij de zoektocht naar een opvolger van burgemeester Peter van der Velden zocht Breda een burgemeester die af en toe buiten de lijntjes kleurt. Die lef toont en die het soms door tevredenheid ingedutte Breda kan wakker schudden. Die beslissingen neemt en de stad meeneemt in enthousiasme en vooruitgang.

Breda laat geen kans voorbij gaan om te melden dat het de negende stad van het land is. Als het gaat om cijfers rond de hogescholen, om het station of het halen van Serious Request. Maar ook rond misdaad. 

Paul Depla is die nieuwe burgemeester. Als het gaat om aanpak van de georganiseerde misdaad steekt Depla zijn nek uit. Dat is lef, want burgemeesters en andere bestuurders worden om minder bedreigd dan om waar Depla zich voor hard maakt. Dat is broodnodige lef, voor het behoud van democratische waarden en een samenleving die functioneert. 

Op andere vlakken is Breda toe aan toekomstdromen met lef. Om een goede leefbare stad te zijn, waar voldoende betaalbare, maar misschien vooral ook groene woningen zijn. Waar wat gebeurt, waar Bredanaars trots op zijn en waarvoor buiten-Bredanaars naar de stad komen. Kortom, een stad waar het prettig verblijven is.

Dromen zijn daarvoor nodig, maar misschien vooral dromers. Zoals meer dan twintig jaar geleden het Chassé Theater er kwam, ondanks sceptici, gevallen wethouders en miljoenen extra kosten. 

Het is de dromerij die Breda nu mist. Mensen die hun nek uitsteken, die vol passie ergens voor gaan. Die naar de ‘stip aan de horizon’ kijken, zonder berekenend te zijn. Die durven aan te vallen. Die de bal willen hebben. Want zoals Cruijff het zou zeggen: zonder bal ken je niet scoren.

Wat zou het mooi geweest zijn als Breda die Nederlandse variant van het Prado op het CSM-terrein had gehad, zoals een stel dromers meer dan tien jaar geleden bedacht. Een gebouw waarvoor je alleen al naar Breda zou komen, met een uitzicht op de Grote Kerk en terrassen aan het water.

Prado Breda staat niet te stralen. Waarom niet? Dat is vast een combinatie van factoren. Het plan is niet doorgezet, er zijn geen wethouders over gestruikeld, dat is zeker. Maar wat zou het mooi geweest zijn als bijvoorbeeld het Stedelijk Museum Breda wat meer had kunnen stralen. 

Breda heeft misschien nog een kans. Want House of DJ’s richt zich nog op Amsterdam, maar Breda kan zich alsnog als verleider opstellen. Door bijvoorbeeld te dromen van een fantasievol gebouw dat eruit ziet als een grote DJ-booth, dat van kleur verschiet en meebeweegt op de beat van de stad. Waarvoor je naar Breda komt. Waar je over droomt als dj in de dop.

Zo’n House of DJ’s vergt lef. Daar struikelen wethouders over, daarover ontstaat discussie, daarvan raken mensen enthousiast, verhit en vast ook teleurgesteld. En dat kost ongetwijfeld veel meer geld dan je nu kunt bedenken. Maar daarmee kun je wel het verschil maken.

Moet de gemeente dat dan alleen doen? Nee. Die tijd waarin de overheid alleen opstaat als risico-investeerder is geweest. Maar samen met de wereldberoemde Bredase dj’s en hun vrienden, andere durfinvesteerders en overheid moet dat kunnen. Als je maar droomt en doet, want anders heeft Breda er straks vast weer een fantasieloze dozenoverslag bij op een terrein aan de rand van het centrum. En daar droomt niemand van. 

Wijnand Nijs