menu

Nieuws

Hof: Rookruimtes in horeca niet toegestaan

Wijnand Nijs

DEN HAAG - De uitzondering op het rookverbod voor rookruimtes in horeca-inrichtingen is ongeldig. Dat heeft het gerechtshof Den Haag deze dinsdag bepaald.

“Het is nu aan partijen om te kijken op welke manier hier vervolgstappen aan worden gegeven”, stelt een woordvoerder van het Gerechtshof in Den Haag. De zaak was aangespannen door de belangenvereniging Nederlandse Nietrokersvereniging CAN (Club Actieve Nietrokers, ook wel Clean Air Now).

CAN zou om nu handhaving kunnen vragen, zoals het in 2014 ook aan de staatssecretaris om handhaving van het rookverbod vroeg. De belangenvereniging kreeg in 2014 ook al gelijk bij het hof over roken in kleine cafés. De uitzondering die daarvoor gold, was eveneens niet rechtsgeldig, oordeelde het hof.  

Het Haagse hof oordeelde dat de uitzondering met de rookruimte in strijd is met de Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik.

Vanaf 1 juli 2008 is in Nederland een rookverbod voor de horeca van kracht. Op dat verbod geldt een uitzondering voor speciaal aangewezen rookruimtes. CAN is van mening dat deze uitzondering in strijd is met de Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik (het WHO-Kaderverdrag), een verdrag waarbij Nederland partij is.

Het hof heeft CAN op dit punt in het gelijk gesteld. “Art. 8 van het WHO-Kaderverdrag houdt in dat de verdragspartijen effectieve maatregelen moeten nemen tegen blootstelling aan tabaksrook in ‘indoor public places’”, aldus een verklaring op de uitspraak dinsdag.

“Het hof is van oordeel dat daaronder ook rookruimtes in horeca-instellingen vallen. Niet-rokers kunnen sociale druk voelen om zich bij de rokers in de rookruimtes te voegen. Het is in de praktijk ook onvermijdelijk dat rook uit de rookruimtes ontsnapt en in de rookvrije gedeeltes van de horeca-instelling doordringt en dat werknemers die in de rookruimtes moeten opruimen aan tabaksrook worden blootgesteld. Dit is gevaarlijk, omdat vaststaat dat er geen veilige mate van blootstelling aan tabaksrook is.”

Daarop komt het hof tot de conclusie dat de uitzondering voor rookruimtes onverbindend en onrechtmatig is. Tegen de uitspraak kan alleen nog in cassatie gegaan worden. De uitspraak van het hof kan daarbij alleen ongeldig worden verklaard als er procedurele fouten zijn gemaakt.