menu

Nieuws

Depla over Breepark: ‘Betreur situatie, veiligheid niet op orde’

foto
Wijnand Nijs
De foyer in april van dit jaar.
Wijnand Nijs

BREDA - Burgemeester Depla zegt in een verklaring de situatie rond het afblazen van de feestweek van Breepark te betreuren. Hij noemt het complex met de evenementenhal ‘een waardevolle aanvulling op de stad’, maar ‘veiligheid bij evenementen staat altijd voorop. Daaraan doe ik geen concessies.’

Depla stelt dat de veiligheid in het evenementengebouw van Breepark niet te garanderen is. Reden voor evenementenorganisator Breepark om de aanvraag voor een  evenementenvergunning in te trekken. Dit betekent dat er geen feestweek met evenementen vanaf 12 oktober in het evenementengebouw plaatsvindt. “Ik realiseer me dat het voor iedereen een teleurstelling is dat er geen feestweek is in het evenementencomplex van Breepark, als openingsweek van het complex.”

“Volgens de actuele situatie in en om het gebouw is met name brandveiligheid onvoldoende”, stelt de burgemeester. “Voorzieningen zijn niet gereed of moeten nog aangepast worden, denk hierbij aan de installaties voor de brandveiligheid (sprinklerinstallatie) en brandwerende wanden.” Een medewerker van Breepark geeft aan dat dat niet klopt. "Voor de sprinkler- en de brandmeldinstallaties hebben we de certificaten."  

In een brief aan de gemeenteraad geeft Depla aan dat Breepark meerdere malen is gekeurd en dat er 6 september harde afspraken zijn gemaakt over oplevering van de hal op 28 september. Toen duidelijk werd dat de dit niet werd gehaald, werd aangekondigd dat de vergunning niet verleend ging worden. Na bezwaar van Breepark volgde er deze dinsdag om 17.00 uur een laatste keuring. “Dit heeft ertoe geleid dat het complex niet voldoet aan de veiligheidseisen.”

Depla verwijst naar de Nota evenementenbeleid die onlangs is vastgesteld. “Hierin staat veiligheid als één van de belangrijkste criteria voor het verlenen van een evenementenvergunning. Veiligheid voor de bezoekers, de medewerkers en de omgeving. Daar zet gemeente in samenwerking met de  hulpverleningsorganisaties zwaar op in.”