menu

Columns

Trendsettende grachtengordel-ouders uit Amsterdam zijn er al een paar jaar zoet mee en trendvolgende ouders uit Breda rollen er langzaam achteraan.

‘Gooi alles maar weg’, zei hij. ‘Het is toch maar rommel’. We stonden voor een tjokvolle muurkast, de verhuizing was in volle gang. ‘Heb je een vuilniszak?’ vroeg ik en blies wat stof van een dvd-box. Mijn vriend gaf mij een paar plastic zakken en richtte zich op het verplaatsen van de bank.

Samen schuifelden ze door de supermarkt, hij met een wandelstok, zij achter de rollator. Ze zagen er zo aandoenlijk uit samen, twee oude mensjes die alles al hadden meegemaakt in het leven.

Vrijdagavond passeerde ik op weg naar huis de al opgestelde podia en dranghekken van smartlappenfestival De Tranen van Van Cooth. Levensliederen en smartlappen doen me altijd denken aan de Josti-band; ik weet dat ik moet klappen uit beleefdheid, maar ik vind het niet om aan te horen.

De politieke beweging DENK heeft een Bredase afdeling opgericht waarmee ze deel wil nemen aan de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen. Dat er ruimte is voor een partij als DENK moge duidelijk zijn.

De macht van de kleine lettertjes

De schrik van elke huizenbezitter; hypotheek-gedoe en aanverwant geneuzel. Alleen al bij de gedachte dat ik me moet verdiepen in de kleine lettertjes breekt het zweet me uit.

Ik kreeg ooit de kritiek dat mijn stukjes zich alleen in cafés en treinen afspeelden. ‘Kom je nooit ergens anders?’, vroegen ze dan.

God zou zelf Breda hebben aangewezen als locatie voor de tournee van de Amerikaanse gebedsgenezer pastor Wayman Mitchell. Hij slaat zijn tent op in Breepark en wil honderden mensen genezen. Een nobel streven waar niet alleen Mitchell zich hard voor maakt, maar ook alle medici in ons land.

Ja hoor, ze zijn weer aangebroken, de beruchte bonusweken. Niet die van een grote supermarktketen, maar die van de spiegel in de slaapkamer.

Op zaterdag belde ik mijn vriend C, na zeven keer overgaan nam hij op: ‘Huh, hallo? Wat bel jij mij?’
Normaal app’ten we elkaar als we contact wilden, bellen was voor noodgevallen.
‘Wie is er overleden?’, vroeg hij.
We hingen snel op.

Pagina's