menu

Belangrijk bericht: BredaVandaag stopt over 6 dagen. Lees hier meer

Steven van den Heuvel

In de verkleedkoffer vond ik het jasje van een damesdispuut. Het was groen en had zuurstokroze letters op de achterkant. Toen ik het aantrok, kraakte het stikwerk bij de oksels.

Soms voel ik me een Ferrari zonder gaspedaal. Onderhuids rommelt een grote motor, maar de energie kan nergens heen. Ik gooi er diesel in, terwijl ik benzine nodig heb en wacht op het moment dat ik begin te rijden.

Mijn maatje en ik staan in het magazijn van een supermarkt. Het ruikt er zoals in elk ander magazijn van elke andere supermarkt; alleen met laden en lossen komt hier wat frisse lucht binnen. In een rap tempo maken we een container leeg voor de traytjes bier die onderop staan.

‘Gooi alles maar weg’, zei hij. ‘Het is toch maar rommel’. We stonden voor een tjokvolle muurkast, de verhuizing was in volle gang. ‘Heb je een vuilniszak?’ vroeg ik en blies wat stof van een dvd-box. Mijn vriend gaf mij een paar plastic zakken en richtte zich op het verplaatsen van de bank.

Vrijdagavond passeerde ik op weg naar huis de al opgestelde podia en dranghekken van smartlappenfestival De Tranen van Van Cooth. Levensliederen en smartlappen doen me altijd denken aan de Josti-band; ik weet dat ik moet klappen uit beleefdheid, maar ik vind het niet om aan te horen.

Ik kreeg ooit de kritiek dat mijn stukjes zich alleen in cafés en treinen afspeelden. ‘Kom je nooit ergens anders?’, vroegen ze dan.

Op zaterdag belde ik mijn vriend C, na zeven keer overgaan nam hij op: ‘Huh, hallo? Wat bel jij mij?’
Normaal app’ten we elkaar als we contact wilden, bellen was voor noodgevallen.
‘Wie is er overleden?’, vroeg hij.
We hingen snel op.

Vorige week was ik in Frankrijk, in de Auvergne. Het was er mooi, stil en verlaten. De dorpjes daar hebben geen supermarkt meer, of café, alleen nog maar een burgemeester die soms de burgervader is van slechts een tiental zielen.

De stad verveelt me. Het is zwoel aan de haven en ik heb mijn jasje losjes over mijn armen hangen. Bij het ondergaan laat de zon nog wat strepen achter op het water. Mensen kijken ernaar zoals ik dat ooit ook deed, genietend van de schoonheid, het moment.

Ik had deze zwerver nog nooit gezien. De meeste herkende ik aan hun karakteristieke baard, oranje jas, of bijbehorende hond met drie poten. Deze was nieuw. Hij zat op een bankje bij de parkeerplaats van de supermarkt; zijn voeten op de zetel en zijn zitvlak op de leuning.

Pagina's