menu

Column

Bedwantsen, de nachtmerrie van elke vakantieganger

Bredavandaag logo
Babs Verstrepen

‘Mevrouw, wat bent u aan het doen?’ Ik sta midden in de hal van het NS station en kijk geërgerd omhoog om te zien wie het in zijn hoofd haalt om me deze vraag te stellen. ‘Ik ben mijn huissleutels kwijt’ fluister ik.

Een paar uur eerder stond ik nog voor de badkamerspiegel van een oud Italiaans klooster waarin ik de nacht had doorgebracht. De spiegel vertelde me dat ik eruit zag als een afbeelding van Google maps. Eentje met heel veel lokatieaanduidingen. Mijn hele lichaam zat namelijk onder rode bultjes. Erg decoratief, maar damn wat een jeuk.

Langzaam maar zeker werd het me duidelijk dat het heerlijk authentieke luchtje in die kloosterkamer niet afkomstig was van de rustieke houten meubeltjes, maar dat het aantrekkelijk huisparfum werd verspreid door bedwantsen. Onsympathieke kriebelbeestjes die ’s nachts hun schuilplaats hadden verlaten om zich vol te zuigen met mijn bloed. Uiteraard had ik alle Lonely Planet tips om te voorkomen dat ik die krengen mee naar huis zou slepen vakkundig in de wind had geslagen. Mijn rugzak had open op de grond gestaan en mijn kleren hadden... Nou ja laat ik zeggen dat die niet netjes aan een hangertje in de kast hadden gehangen.

Tegen de tijd dat de trein in Breda aankwam, was het idee van een eenzame meegereisde bedwants uitgegroeid tot een heel leger bedwantsen in mijn rugzak. Iedere stap die ik zette bracht me dichter bij het horrorscenario dat ik die kleine gluiperts zou introduceren in mijn huis. Dat de meegelifte bedwants-madammen eitjes zouden leggen en dat ik de komende honderd jaar mijn bed zou moeten delen met bloedzuigende monsters.

Het enige wat ik kon verzinnen om dit horrorscenario te voorkomen was mijn tas om te keren en alles minutieus te inspecteren en uit te kloppen. Daarom sta ik hier nu, temidden van alle rommel uit mijn rugzak. Links van me een hoopje dat al uitgeklopt is, en rechts een hele berg zooi die nog gedaan moet worden. En precies op het moment dat ik met een onelegant grote oma-slip sta te wapperen, hoor ik iemand vragen ‘Mevrouw wat bent u aan het doen?’

Mijn hersenen maken een sprongetje. Plotseling zie ik de achterlijkheid van mijn neurotische handelingen door de ogen van deze beveiligingsbeambte. Enigszins beschaamd houd ik mijn sleutelbos omhoog ‘gevonden!’

Ik prop al mijn zooi terug in de rugzak en loop snel naar huis. Blij dat iemand de stopknop gevonden heeft om mijn op hol geslagen brein tot stilstand te brengen.

Babs Verstrepen