menu

Column

Het eerste dodelijke slachtoffer is helaas gevallen

Bredavandaag logo
Babs Verstrepen

COLUMN - Meer dan een miljoen mensen in Nederland is afhankelijk van pillen om het geestelijke welzijn in evenwicht te houden. Maar mijn Prozac zit niet in een doordrukstrip in een klein kartonnen doosje. Mijn antidepressivum is te koop bij elke supermarkt en bij ieder tankstation. In zakken van minimaal drie kilogram wel te verstaan; brandhout!

Dat de fascinatie voor vuur deels genetische bepaald wordt, bewijst onze familiestamboom. We hebben zelfs een zogenaamde vuur-en-vlam-ranglijst. In de top tien staan diegenen die onbedoeld de meeste schade hebben aangericht door deze familiaire aandoening. Zonder in te gaan op details, of de bijbehorende namen te noemen, kan ik zeggen dat op de lijst een afgefakkeld bed, willekeurige vuilnis- en prullenbakken, een zolderkamer, schoorstenen, een tuinset, ingezameld oud papier en zelfs een paar hectare verschroeide heide staan. Vergeleken bij deze lucifer fetishisten ben ik een groentje met een zeer lage notering. Ik vind het gewoon prettig om in vredige vlammetjes en knapperende houtblokjes te staren.

Het is vanwege deze genetische aanleg dan ook niet verrassend dat ik op een kerstmarkt nabij een kampvuurtje eindig. Zo ook tijdens de Belcrum Wintermarkt. Het mooie van zo’n stookplaats is dat je er altijd wel lotgenoten treft. In dit geval bleek het een oppas-pyromaan te zijn. Net als bij de IKEA ballenbak lieten ouders hun kroost met een goed gevoel achter bij deze oppas-pyromaan. Onder zijn bezielende leiding mochten de kindjes niet alleen de geijkte marshmallows boven het vuur roosteren, maar ook brood-aan-een-stokje en worstjes.

Het hele weekend liepen er kindjes met gloeiende wangen op en neer met stokjes, terwijl de oppas-pyromaan ervoor zorgde dat het vuurtje netjes bleef branden. Maar zelfs voor hem bleek een heel weekend fikkie stoken teveel van het goede. Na twee dagen lange dagen was hij er klaar mee, en doofde het vuur langzaam uit.

Helaas was mijn fakkel-behoefte toen nog helemaal niet gestild daarom heb ik thuis nog een klein vuurtje gestookt in de openhaard. Een onheilspellend gesuis uit de schoorsteen kondigde een luide plof aan. Tussen de vonken door, kon ik nog net de contouren herkennen van een geroosterde duif.

Uit schaamte heb ik dit nog niet binnen de familie verspreid maar ik vermoed dat ik met stip gestegen ben op de ranglijst. Voor zover ik weet, ben ik namelijk de eerste die een dodelijk slachtoffer gemaakt heeft. Sorry daarvoor duifje! Volgende keer neem ik toch maar een Prozacje wanneer ik me ellendig voel.

Babs Verstrepen