menu

Nieuws

Opinie: Laat Prinsenbeek zelf (mee-)beslissen over huisvesting vergunninghouders

foto
Freek de Swart
Bredavandaag logo
redactie

OPINIE - De inwoners van Prinsenbeek zouden zelf mee moeten mogen beslissen over de huisvesting van vergunninghouders in het dorp. Volgens Henk Schol zijn er manieren te verzinnen om dat op democratische wijze te doen. Dat vergt misschien een experimentele aanpak, betoogt hij in dit opinieartikel. 

In Prinsenbeek was er in het gebouw van de Scouting, genoemd naar de katholieke vrijdenker (en heilige) Thomas More, een paar weken terug een ’kringgesprek’ over een lastig onderwerp: de huisvesting van twaalf vergunninghouders, alleenstaande mannen, vier uit Eritrea en acht uit Syrië, in een blokje van drie huizen van woningvereniging Laurentius aan de plaatselijke Eglantier.

Rond dat blokje aan het de westrand van het dorp wonen heel wat jonge gezinnen en een aantal (veelal alleenstaande) ouderen. Ze vrezen dat er ‘doorgangshuizen’ ontstaan met mensen die de hele dag niets te doen hebben. Ze zijn ook bang dat de nieuwe bewoners, laten we zeggen, niet alle normen en waarden hanteren die in Nederland gebruikelijk zijn.

Prinsenbeek, sinds 1997 onderdeel van de gemeente Breda, is een zeer vriendelijk dorp, met beschaafde inwoners. Ze zijn ook niet tegen de opvang van vluchtelingen. Ze hebben liever gezinnen. Men verwacht dat die beter ‘integreren’ in de buurt. Ze zijn ook boos, want ze voelen zich overvallen door het voornemen van de corporatie, dat hen per brief werd meegedeeld. Formeel kunnen ze bezwaar maken tegen de door de gemeente afgegeven vergunning om in de huizen kamerverhuur mogelijk te maken.

Extra druk op huurwoningen
Huisvesting van grote groepen nieuwe Nederlanders geeft extra druk op een toch al krappe markt voor goedkope huurwoningen. Die markt is krap als gevolg van Rijksbeleid en plaatselijk beleid om de sociale voorraad te beperken. De investeringscapaciteit van corporaties is daarbij ook ingesnoerd door heffingen van Rijk.

Behalve om schaarste gaat het om leefbaarheid en veiligheid. Omwonenden zijn bang dat die in het gedrang komen, wanneer vreemde culturen zich in dorp of wijk vestigen. Dergelijke voornemens leveren soms heftige confrontaties op met bange omwonenden, maar soms ook hilarische onzin van het kaliber ‘gut, die vluchtelingen hebben mobieltjes’, alsof Syriërs en Irakezen rechtstreeks vanuit de prehistorie in Nederland landen. In Prinsenbeek ging en gaat het er zeer netjes aan toe.

Lastige vragen
Lastige vragen dringen zich niettemin op. Strikt formeel wijst de woningvereniging haar huizen aan woningzoekenden toe. Dat gebeurt niet met inspraak uit de buurt. Er zijn wel regels. Zo mag de vereniging de goedkoopste huurwoningen alleen toewijzen aan mensen met een heel smalle beurs. De woningen aan de Eglantier zijn echter fors duurder dan de liberalisatiegrens van ongeveer 710 euro per maand. Een gezin van vergunninghouders met een uitkering komt er dus in beginsel niet voor in aanmerking. Vandaar ook de oplossing van kamerverhuur.

Het Rijk heeft bepaalt, naar rato van het aantal inwoners van een gemeente, dat Breda in de eerste helft dit jaar 262 (214 plus 48 van vorig jaar) vergunninghouders moet huisvesten. Voor het hele jaar rekent de gemeente op tussen de vier- en vijfhonderd. Lastig is dat de gemeente niet alleen gezinnen ‘in de aanbieding‘ heeft, maar vooral veel alleenstaande mannen. Ook die hebben recht op onderdak.

‘Ondemocratisch’
Buurtbewoners vinden de gang van zaken ‘ondemocratisch’. Ze bedoelen daarmee twee dingen: ze hadden eerder en beter geïnformeerd en gehoord willen worden en ze willen ook invloed op het besluit.

Hebben ze een punt? Nee en ja. Huisvesting van vergunninghouders – vluchtelingen dus met een legale verblijfstitel -  wordt lastig, wanneer ‘volksgevoel’ gaat bepalen of dat wel of niet, en zo ja voor wie dan precies, gewenst is. Voor die moeilijke taak zijn er gekozen besturen.

Toch zouden corporaties en gemeentebesturen zouden zoetjesaan kunnen weten dat ze omwonenden veel eerder en beter bij zo’n vraagstuk moeten betrekken. Dat wil zeggen: voornemens vroegtijdig bekend maken, het gesprek aangaan met de betrokken omwonenden en andere belanghebbenden, informatie en kennis delen (in twee richtingen), niet in de laatste plaats goede informatie over de beoogde medebewoners. Laat mensen met elkaar kennis maken. Ja, dat kost meer tijd van bestuurders en hun staven. En ja, het geeft meer ’gedoe’.

Dat ‘gedoe’ zou ook moeten beginnen met een stadsbreed gesprek over de opvang van asielzoekers en vergunninghouders. Breda krijgt er dezer jaren duizenden over de vloer, voor een groot deel als asielzoekers. Laten de ‘zittende’ Bredanaars zich ervan bewust zijn dat ze Syrische buren krijgen (met mobieltjes) en dat deze mensen een plek en kansen verdienen in de Bredase samenleving. Zorg voor kennismaking met de nieuwe buren. Kortom: investeer in aansluiting en integratie. Dit alles wil uiteraard niet zeggen dat omwonenden altijd hun zin krijgen. De opgave verdwijnt immers niet.

Verantwoordelijkheid nemen?
Hoe maken we dit proces democratischer? Als bewoners van dorpen, wijken of stadsdelen echt invloed willen, moeten ze ook niet voor verantwoordelijkheid terugdeinzen. Prinsenbeek zou zomaar een dorp kunnen zijn, waar mensen zo’n verantwoordelijkheid durven oppakken. Het is een hechte gemeenschap, wel wat besloten, maar zeer actief, ook op sociaal gebied.

Vandaar deze gedachte. Laat Prinsenbeek zelf bepalen hoe daar vergunninghouders over het dorp worden verdeeld. Natuurlijk passen hier kaders en tijdslimieten. Prinsenbeek pakt evenwel haar deel van de Bredase opgave, volgens dezelfde rekensom die het rijk voor gemeenten hanteert: 6,35 procent (het aandeel van Prinsenbeek in de totale Bredase bevolking) van alle te huisvesten vergunninghouders krijgt jaarlijks een woning (of een gedeelde woning) in Prinsenbeek. Uitgaande van een gemeentelijke opgaaf van ongeveer 500 voor 2016 zijn dat er, afgerond, dit jaar 32. Van dat aantal is hetzelfde percentage gezin of (tijdelijk) alleenstaande man als dat voor de gehele gemeente geldt. Dus  (uitgaande van de verhoudingscijfers van het COA): stel dat er 400 alleenstaanden (van wie twee-derde mannen) zijn en 100 personen gemiddeld met vieren in gezinsverband leven, dan komen er dit jaar 24 alleenstaande mannen en vrouwen en twee gezinnen van vier personen naar Prinsenbeek.

Hoe richten we dan de dorpsdemocratie in? De digitale wereld maakt het mogelijk (wellicht met gebruikmaking van DigiD) de Bekenaren te laten meepraten en meestemmen over twee principes: het dorp neemt de verantwoordelijkheid voor de huisvesting en integratie in 2016 van 32 vergunninghouders (gezinnen én alleenstaande mannen) en er is een gezelschap sleutelfiguren uit het dorp, wellicht de dorpsraad, mogelijk aangevuld met anderen, die als uitvoeringsorgaan samen met corporaties, gemeente en andere betrokken instellingen dit vraagstuk oplost. Zolang dit proces loopt komen er twaalf mannen in de woningen aan de Eglantier. Die staan immers binnenkort ‘voor de deur’. Als het proces tot betere oplossingen leidt, kan die situatie wellicht veranderen.

Experiment
Natuurlijk vraagt deze gedachte preciezere uitwerking. Haken en ogen te over, om van wetten, regels en praktische bezwaren maar te zwijgen. En: er worden reële oplossingen gevraagd. Vergunninghouders huisvesten in varkensstallen, doen we niet.

De huidige coalitie van Breda zegt in het coalitieakkoord Focus op Vooruitgang: “Bewoners en ondernemers, al dan niet in georganiseerd verband, nemen zelf initiatieven om zaken op te lossen of nieuwe dingen tot stand te brengen.”

Ook in deze complexe materie? Dat zou interessant zijn en zeker van bestuurlijk lef getuigen.

Breda en Prinsenbeek zouden met zo’n experiment, op een gevoelig onderwerp, een grote sprong voorwaarts kunnen maken in de ontwikkeling van nieuwe vormen van besturen, waarbij dorps- en wijkbewoners serieuzer worden genomen dan wellicht ooit tevoren.

Dat schept aan beide zijden verplichtingen, maar dat hoeft anno 2016, om zestiende eeuwer Thomas More tenslotte aan te halen, geen ‘utopische’ gedachte te zijn. Utopia, eigenlijk eutopia, betekent: mooie, goede plek. Goede plek voor iets nieuws, wellicht. Prinsenbeek, mooie plek.

Henk Schol is onderzoeker en adviseur in complexe bestuurlijke vraagstukken. Reacties van harte welkom op henkschol@kpnmail.nl of onder dit verhaal.