menu

Nieuws

Wat wil Breda nou eigenlijk met wiet en hasj? 'Er is geen makkelijke oplossing'

Pepijn Nagtzaam

Wat willen we in Breda eigenlijk met cannabis? Dat was de hoofdvraag van de commissievergadering waarin gekeken wordt hoe de stad het nieuwe cannabisbeleid gaat vormgeven. Zoals altijd bleek het een lastig thema met ‘duivelse dillemma’s’. Want, zegt burgemeester Depla: “Simpele oplossingen bestaan hier niet.”

De burgemeester sprak opnieuw de wens uit om als gemeente te experimenteren met gereguleerde wietteelt, zodat de tot nu toe schimmige ‘achterdeur’ van coffeeshops legaal kan worden. “Nu is de coffeeshophouder immers nog afhankelijk van de criminele markt”, zegt Depla. Hij stelt dat de georganiseerde criminaliteit achter de teelt verstoord kan worden door regulering.

Is reguleren accepteren?
Meerdere partijen zijn het met hem eens en de Vereniging Nederlandse Gemeenten stelt dat het huidige gedoogbeleid ‘failliet’ is. Zo niet het CDA, dat zich wederom fel tegenstander toont van regulering: “Gezond drugsgebruik bestaat niet en cannabis is schadelijk. Daar moeten we de jeugd tegen beschermen”, stelt Peter Elbertse. “Als we het reguleren creeeren we een schijnveiligheid. We willen de handel niet stimuleren en zien liever net als in Roosendaal of Bergen op Zoom geen coffeeshops.”

Volgens Depla is het niet zo dat met het verbieden van coffeeshops de problemen afnemen. “Daarnaast geloof ik niet dat als wij zeggen: ‘de jeugd mag niet meer gebruiken’ dat de jeugd dan ook niet meer gaat gebruiken. Dat komt niet voor.” De burgemeester hamert er daarnaast op dat regulering belangrijk is in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit.

Coffeeshophouders zijn geen criminelen
Daarbij merkt hij op dat het belangrijk is de cannabisomgeving te decriminaliseren. “Niet elke gebruiker of werknemer is crimineel.” Dat wordt ook duidelijk gemaakt door Maurice Spapens van de SP. “Nu worden de coffeeshophouders te vaak over een kam geschoren met criminelen. Onterecht, want ik ken weinig ondernermers die zo vaak hun eigen stoepje vegen. Ze werken hard en met hard voor de zaak. Ooit liepen we voorop qua wietbeleid, maar dat is allang niet meer”, stelt hij hard.

Een hartenkreet die ook geuit wordt door Rik Brands die namens de coffeeshops spreekt. “Als je in de uitgaansnachten in het centrum kijkt zie je overal politie, die nodig is voor de horeca. Maar niemand vindt dat overlast. In de Boschstraat veroorzaken de coffeeshops geen overlast. Waar komt die driehonderdmetergrens vandaan”, vraagt hij zich af, refererend aan de suggestie dat het nieuwe beleid een minimumgrens van driehonderd meter tussen coffeeshops met zich mee zou kunnen brengen.

Hij was niet de enige met vraagtekens. Daan Quaars (VVD) vroeg zich ook af of dat een goede stap zou zijn. “Is dat nou een bijdrage aan een oplossing? En is dat uberhaupt een oplossing, en zo ja: voor welk probleem?” De burgemeester verklaarde dat het volgens de politie bij zou kunnen dragen aan de beheersbaarheid, maar dat het voorlopig nog een overweging blijft.

Ondermijnende criminaliteit moet ondermijnd worden
De meeste partijen vinden het tijd voor veranderingen. Zo merkt Basile Lemaire van Kritisch voor Breda op dat het ‘huidige beleid leidt tot criminaliteit’. Het is iets dat in heel Brabant speelt. Criminelen raken steeds beter professioneel georganiseerd en ondermijnen daarmee de gemeentebesturen. “De ruimingen bij henneptelers die we doen zijn een druppel op een gloeiende plaat”, meent Tim van het Hof (D66). “Het is symptoombestrijding. Gaan we in de toekomst ook effectiever criminele netwerken opruimen?”

Als het aan Depla ligt wel. Via regulering, ontmoediging en andere manieren. Daarin hoopt hij nog meer met de omliggende regio op te trekken. Zo hoopt Depla dat de gemeente in de toekomst meer dezelfde maatregelen treffen als er bijvoorbeeld drugs wordt aangetroffen in een pand. Nu sluit Breda panden relatief kort in vergelijking met de omliggende gemeenten, maar hij hoopt dat dat meer gelijk wordt getrokken.