menu

Nieuws

Scheidend burgemeester Van der Velden: 'Vandaag sterft er een stukje van mij'

foto
Pepijn Nagtzaam
Pepijn Nagtzaam

BREDA - Het tijdperk van burgemeester Peter van der Velden als bestuurder van Breda is voorbij. “Breda is jou dankbaar”, zei loco-burgemeester Bergkamp tegen hem. En Van der Velden is Breda dankbaar. Donderdagavond werden er mooie, ontroerende, maar vooral lovende woorden gewisseld bij het afscheid van de burgervader van de gemeenteraad en het college.

“Jij was de man tot wie alle Bredanaars zich 24 uur per dag konden richten”, speechte Bergkamp. “Altijd wilde jij bereikbaar zijn. Je miste geen telefoontje, las ieder mailtje en was de spin in het web van dingen die Breda voorruit moesten helpen. Na 26 jaar burgemeesterschap ben je met die rol vergroeid. Soms, als je dochters er genoeg van hadden, dan kreeg je het voor je kiezen: ‘pap, hou nou eens op met burgemeesteren’.”

“Dat u heel veel liefde heeft voor de stad en haar bewoners”, beschreef Hanneke van Maanen het als woordvoerder van de gemeenteraad. “Dat was wat duidelijk werd in uw ‘fantastische hondenbaan’. Uw leven werd gevormd door uw werk. Als gemeenteraad zijn we trots en blij dat u onze burgemeester wilden zijn. En ik kan zeggen dat onze burgemeester een burgervader was op een manier die ieder stadsbestuur zich zou wensen.”

Ereburger
Omdat Van der Velden zijn rol zo goed vervuld heeft, heeft de gemeenteraad nog een verrassing in petto. De scheidend burgervader wordt benoemd tot ereburger van de stad. En dat komt binnen bij Van der Velden: “Ik doe het werk wat hoort zoals elk mens dat met zijn of haar talenten probeert te doen. Om dit ereburgersschap te mogen ontvangen, dat doet mij veel. Dat raakt mij erg diep”, stamelt de verwonderde burgervader, voor hij begint aan zijn laatst afscheidsspeech naar raad en college.

‘Partir, c’est mourir un peu.’
Natuurlijk sterft er op een dag als vandaag een stukje van mij. Een stukje dat ‘lokaal bestuur’ heet. En een stukje dat ‘West-Brabant, Baronie, Breda’ heet”, begint hij. De burgemeester zou de burgemeester niet zijn als hij, ook in zijn laatste speech geen richting, wijsheid en advies mee zou geven aan de aanwezigen.

“We hebben als centrumgemeente de morele verplichting om de belangen van Oost- en West-Brabant te behartigen. Bredanaars werken aan en genieten van het goede leven. We hebben het goed met elkaar, maar moeten ons talent van verbinden ook inzetten voor anderen”, gaf hij mee.

'Alles vergt onderhoud'
“Als je kijkt naar de zwarte Piet-discussie zie je dat er op sommige punten echte verbinding ontbreekt in de maatschappij. Alles vergt onderhoud, vooral ook de manier waarop we met elkaar omgaan. Zo is ons communicatiegedrag ten opzichte van elkaar aan het veranderen: laatst kreeg ik veertig mails over een voorstel. Dat snap ik wel, maar zou het niet beter zijn als we die energie in de inhoud van dat voorstel zouden stoppen”, vroeg hij zich af.

Kernwoord in de toespraak van Van der Velden was samenwerken. “De oude partijtegenstellingen hebben geen plek meer in deze maatschappij. We moeten op zoek naar co-creatie, het samen doen. Onderling moeten we solidair zijn en elkaar helpen.”

Waarschuwende woorden
“Laat je niet leiden door populisme”, bezwoor hij de raadsleden. Hij vertelde dat gematigdheid juist goed is. “Denk wat langer na bij dingen die je doet. De vluchtelingen in het AZC hebben dat nodig. Net als mensen die beroep doen op zorg. De sociaal zwakkeren hebben dat nodig. Net als de economie, en de culturele sector.”

Kort sprak hij over ‘neo-bourgondisch’ denken. “Daarbij mag u genieten van de geneugten van het leven, maar het gaat verder: het is inclusief denken waarbij kracht samengaat met beperking. Want kracht zit in beperking. In het openbaar bestuur moeten we daar over praten. Het gaat het niet over macht, maar over gemachtigd te zijn en daarover verantwoording afleggen. Ik ben tien jaar gemachtigd geweest om uw burgemeester geweest, met mijn kracht, maar ook mijn beperkingen.

Een lach, een traan en een daverend applaus.
​Na een uitgebreid dankwoord naar zijn geliefde en dochters, de raad, het college, de ambtenaren en anderen loopt Peter van der Velden terug naar zijn stoel. Onder een daverend applaus, dat erg lang duurt. Een traan wordt uit de rode ogen geveegd. Het raadsvoorzitterschap is definitief ten einde. Om met de woorden te spreken die de burgervader zelf zo vaak in de mond heeft genomen: “Er is voldoende gewisseld.”