menu

Nieuws

Souschef van d'n Platte Buis als voortrekker

Prins Dionysos. foto ImiraFoto
Bredavandaag logo
redactie

In de weken voor carnaval gaat Carola Fox langs bij de prinsen carnaval van Breda en omgeving. Centraal staan de vragen ‘wie is de mens achter de doorluchtige hoogheid’ en ‘hoe leutig is de carnaval in het betreffende prinsdom’. Vandaag: Prins Dionysos van ut Kielegat.

>> Ontmoet de andere prinsen

Door Carola Fox

Prins Dionysos van Kielegat spreken we in zijn vorstelijke residentie in Teteringen, waar hij al ruim twaalf jaar blijkt te wonen. Het huis van Rob Knobel, zoals zijn naam buiten de carnavalstijd luidt, springt onmiddellijk in het oog. Een spandoek siert de gevel en in de voortuin staan een gigantische bril plus een replica van de toren van Breda.

Knobel is een echte carnavalsvierder en beschouwt het als een grote eer prins van Breda te mogen zijn. Omdat er van de prins veel wordt verwacht, denk alleen maar aan alle feesten en de meer dan 100 bezoeken aan bejaardenhuizen, scholen, ziekenhuizen en wagenbouwers, die op het programma staan, is het zaak goed in conditie te blijven. Dit doet Dionysos door iedere zondag 40 tot 50 kilometer te fietsen met de door hem opgerichte wielerclub de Moontjes. Ook de Mont Ventoux en de Alpe d’Huez zijn al door de hoogheid bedwongen.
In het dagelijks leven verkoopt Rob Knobel wielen voor intern transport. Twintig jaar geleden, na de hotelschool waar hij voor kok werd opgeleid, is hij bij dit bedrijf van zijn ouders begonnen. “Ik ben echt onderaan gestart en in de loop der jaren doorgegroeid. Het bedrijf zit in Waalwijk en heeft vestigingen in Amsterdam en Vaals.”

- Wat is de herkomst van uw carnavalsnaam?
“In Kielegat mag de prins zijn naam zelf kiezen. Ik heb Dionysos gekozen omdat hij de god van de wijn is. Ik heb tenslotte hotelschool gedaan en hou zelf ook wel van een glaasje goede wijn. Ook heb ik op internet nog iets over Dionysos ontdekt. Zo’n 3.000 jaar geleden zou Dionysos eind februari/begin maart tijdens een driedaags feest zijn rondgereden op een blauwe scheepskar. Deze kar heette ‘carne vale’. Een uitleg inzake de oorsprong van het woord ‘carnaval’ is tevens terug te voeren op de woorden ‘carne vale’, wat betekent ‘periode zonder vlees’. Naast m’n carnavalsnaam beschik ik nog over een aantal predikaten. Zo ben ik beschermheer van de Kielegatse optocht, voorheen was ik jarenlang voorzitter van de optocht. Ook ben ik Grootvorst van de Nijverheidssingel, ik ben binnen de singels geboren, Berggeit van Totdenringen, een verwijzing naar mijn passie voor het wielrennen, Souschef van d’n platte buis (op de hotelschool ben ik opgeleid tot kok en koken is nog steeds een hobby) en Bewaker van de Linkersok. Samen met Will Hense heb ik ook de sokken van een vorige prins bemachtigd. Will en ik hebben destijds de afspraak gemaakt dat degene die de sok niet bij zich had, die avond de drankjes van de ander betaalt.”

- Verwachtte u dit jaar Prins carnaval te worden?
“Dit is nu mijn tweede jaar als prins van Kielegat. Voor ik prins werd, was ik al actief binnen de BCV. Toen ik vorig werd gevraagd, was ik 44 jaar. Dit vond ik een mooie carnavaleske leeftijd om prins te worden. Ieder jaar op de dinsdagavond treedt de prins weer af en moet vervolgens opnieuw gevraagd worden. Na de termijn van drie jaar krijgt iedere prins van de Bredase bevolking als dank een bronzen plaquette in de Ridderstraat. “

- Wat is specifiek voor carnaval in ‘t Kielegat?
“Mijn doel is carnaval grensoverschrijdend te maken. Naar mijn mening zou er meer samenwerking tussen de carnavalvierende gemeenten moeten zijn. Verder zijn we bezig het straatcarnaval meer leven in te blazen. Dit jaar zijn o.a. Denans, de Gebroeders KO en Rene Schuurmans uitgenodigd. Ook zal er continu muziek op de Grote Markt zijn.”

- Hoe wilt u uw stempel drukken op carnaval 2009
“Ik wil graag een voortrekker zijn en vind contact met de jeugd en met de overige carnavalsgemeenten belangrijk.”

- Hoe kijkt u aan tegen gasten van boven de rivieren
“Als ze zich gedragen, is er niets aan de hand. Ik moet zeggen dat het met carnaval meestal goed gaat. Wel is het in de weken voorafgaand aan het carnaval vaak lastig als je in vol ornaat op zaterdagavond door de stad loopt. Dan krijg je nog wel eens wat rare opmerkingen door lieden van buiten Breda naar je hoofd geslingerd.”

- Hoe is uw contact met de andere prinsen?
“Erg goed. Kielegat, Giegeldonk, Princenhage en Ginneken hebben sowieso al veel onderling contact. Zoals eerder gezegd, ben ik ook bezig om meer contact met andere carnavalsgemeenten te krijgen. Vorige week heb ik nog een ambassade in Teteringen geopend. Officieel staat de ambassade net nog in Kielegat, maar doordat we een Totdringense bak met zand hadden meegenomen, kon de ambassade toch nog geopend worden. “

- Wat is jullie carnavalsleuze voor dit jaar?
“Het Kielegatse motto is: T’oren, Zien en Zwijge. De Bredase toren bestaat dit jaar namelijk 500 jaar.”